top of page

De schoolweging en spreiding: achtergronden en uitleg

  • 17 mei 2022
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 3 jan 2025

Nieuwsgierig naar het verhaal achter de schoolweging en wil je meer weten over wat een spreiding zegt voor jouw school? In deze blog geef ik antwoord op deze vragen en vind je praktische tips om hier gelijk mee aan de slag te gaan!


Onderwijsachterstand

Eerst gaan we kijken naar het verhaal achter de schoolweging. Met de schoolweging heeft het CBS geprobeerd de risico’s die kinderen lopen op een onderwijsachterstand uit te drukken.


Maar wanneer spreek je nu van een onderwijsachterstand?


Volgens Kloprugge en De Wit (2015) spreek je van een onderwijsachterstand als een leerling door een ongunstige economische, sociale of culturele omgeving slechter presteert op school dan als zij bij een gunstigere situatie zou doen.


Denk hierbij ook aan de potentie die een kind heeft. Die potentie kan door ongunstige omgevingskenmerken niet tot uiting komen in de schoolprestaties. De afbeelding hieronder geeft dit mooi visueel weer.












Het CBS heeft bekeken welke omgevingskenmerken het risico op onderwijsachterstanden zo goed mogelijk bepalen (deze komen je vast bekend voor):

  • Het opleidingsniveau van zowel de moeder als de vader.

  • Het land van herkomst van de ouders.

  • Of ouders in de schuldsanering zitten.

  • De verblijfsduur van moeder in Nederland.

  • Het gemiddelde opleidingsniveau van moeders van leerlingen op school.

Doordat gebruik wordt gemaakt van meerdere omgevingskenmerken kan beter onderscheid worden gemaakt tussen leerlingen met een hoog en laag risico op een onderwijsachterstand.


Misschien ken je de oude 'gewichtenregeling' nog. Hierbij werd het gewicht van een leerling alleen bepaald door het opleidingsniveau van ouders. Met deze nieuwe indicator wordt dus met veel meer kenmerken rekening gehouden. Aan de hand van deze 5 kenmerken wordt ook de schoolweging voor een school berekend.

Leerlingpopulatie

Nu je iets weet over de achtergronden van het ontstaan van de schoolweging, staan we stil bij de link tussen de populatie en de schoolweging. Een schoolweging zegt namelijk iets over de leerlingpopulatie van een school:


- hoe lager de schoolweging, hoe minder complex de schoolpopulatie en hoe hoger de resultaten die je van een school kan verwachten.
- hoe hoger de schoolweging, hoe meer complex de schoolpopulatie is en hoe moeilijker het is om hoge resultaten te halen.

Het is dus precies anders dan je zou denken, lage schoolweging hoort bij hoge resultaten en hoge schoolweging bij lagere resultaten;).


De schoolweging zegt eigenlijk iets over hoe belemmerend of stimulerend de omgevingskenmerken zijn van de leerling populatie bij jou op school.

Hoe hoger de schoolweging hoeveel te meer jullie te maken hebben met leerlingen met meer belemmerende omgevingskenmerken, en hoe lager de schoolweging hoe meer leerlingen met stimulerende omgevingskenmerken.


Resultaten

Wat zo mooi is aan de schoolweging, is dat je nu de resultaten (van de eindtoets) kunt vergelijken met scholen met een vergelijkbare populatie.

Op die manier kun je de resultaten op de eindtoets van jouw school veel beter duiden. Het wordt dan ook makkelijker om schoolambities/doelen op te stellen.


Spreiding

Dan nog even over het spreidingsgetal. Het spreidingsgetal is over het algemeen wat minder bekend voor scholen. Dit getal vind je in het document 'schoolweging PO' (zie link bij het stappenplan).

De spreiding vind je niet in het driejaarsgemiddelde, maar wel bij de aparte schooljaren.


Wat betekent de spreiding voor jouw school? De spreiding zegt iets over hoe heterogeen of homogeen de omgevingskenmerken van leerlingen bij jullie op school zijn:

  • Wanneer dit vooral heterogeen is dan betekent dit dat er relatief veel verschillen zijn tussen de omgevingskenmerken van leerlingen bij jullie op school.  het spreidingsgetal is dan ook hoger.

  • Wanneer dit vooral homogeen is dan betekent dit dat er relatief weinig verschillen zijn tussen de omgevingskenmerken van leerlingen bij jullie op school  het spreidingsgetal is dan lager.

Over het algemeen hebben scholen een gemiddelde spreiding (spreiding kan tussen de 3 en de 9 zitten). Wanneer de spreiding relatief hoog of laag is, is het interessant om dit te gaan toetsen aan de realiteit. Het is namelijk een verwachting van het CBS op basis van omgevingskenmerken en hoeft dus niet de realiteit te zijn.

De nieuwe gegevens (2022-2023)

Inmiddels heeft de onderwijsinspectie de nieuwe gegevens van 2022-2023 gepubliceerde: wat kun je als IB'er hiermee doen?


Hieronder een klein stappenplan om je op weg te helpen:


Stap 1-> Download hier de nieuwe gegevens

Stap 2-> Zoek de gegevens van jouw school op. Klik op het juiste tabblad en op 'zoeken en selecteren' typ dan het BRIN-nummer van jouw school in.

Stap 3-> Vergelijk het drie-jaarsgemiddelde met het vorige driejaarsgemiddelde.

Stap 4-> Vergelijk het spreidingsgetal van 2022-2023 van jouw school met het spreidingsgetal van de afgelopen 2 schooljaren.

Stap 5-> Bespreek met de directeur en het team de nieuwe getallen en sta stil bij de volgende vragen:

  1. Zien wij in de praktijk ook dat onze schoolpopulatie gelijk blijft of juist veranderd en waaraan merken we dit (gegevens toetsen aan de realiteit op school)?

  2. Als we kijken naar de schoolweging en spreiding moeten wij ons onderwijs dan aanpassen of zo laten? Kortom: komen wij tegemoet aan de behoeftes van onze schoolpopulatie?

  3. Als we kijken naar de gestelde schoolambities/doelen, passen deze nog bij wat wij van onze schoolpopulatie kunnen verwachten of moeten die naar boven of beneden worden bijgesteld. Onthoud: stel altijd hoge en realistische doelen.

Stap 6 -> Breid jullie zicht op de leerlingpopulatie uit door de zorgzwaarte per groep en de extra ondersteuning wat de leerlingen nodig hebben inzichtelijk te maken. Hiervoor heb ik een tool ontwikkeld (gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek).


Meer informatie hierover? Schrijf je dan in voor mijn gratis masterclass.





Belangrijk om te onthouden: Ga vooral het gesprek aan met het team over de schoolweging en spreiding.

Deze gegevens zeggen wat over jullie schoolpopulatie, maar 'het verhaal erachter' heb je nodig om het beeld compleet te maken.

Maak de schoolweging dus niet iets van het jou en de schoolleiding, maar neem de leerkrachten hierin mee. Leg ze de achtergronden uit en toets de data door in gesprek te gaan met het team.

En als je het daarna ook nog eens aanvult met de verschillen in zorgwaarte en kenmerken van de extra ondersteuning van leerlingen, zorgt dit voor een compleet en specifiek beeld op de leerlingpopulatie.


Bronnen


Inspectie van onderwijs (2021). Onderwijsresultatenmodel voor het primair onderwijs.https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijsresultaten-primair- onderwijs/documenten/publicaties/2019/12/10/onderwijsresultatenmodel-voor-het- primair-onderwijs

Inspectie van onderwijs (2018). Onderwijsresultatenmodel PO: nieuwe maat voor de leerlingpopulatie, resultaten pilot besturen. https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/publicaties/2018/06/18/onderwijsresult atenmodel-po

Posthumus, H., e.a. (2016). Herziene gewichtenregeling primair onderwijs fase 1. CBS

Posthumus, H., Scholtus, S., Walhout, J. (2019). De nieuwe onderwijsachterstandenindicator primair onderwijs. CBS.
















 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Heb je het probleem écht helder?

Je kent het vast wel: het analyseren van toetsresultaten. Voordat je in actiestand schiet en direct gaat nadenken over een oplossing,...

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page